Niels Willems
 

Neo-kolonialisme?

Arme boeren in ontwikkelingslanden staan midden in de schijnwerpers. Volgens velen zijn ze het draaipunt voor verduurzaming van internationale handel. Ik vraag me af of de aanpak die daarvoor nu gebruikt wordt in zichzelf wel duurzaam is, en niet toch nog koloniale trekjes heeft.

Westerse hulp aan arme boeren in ontwikkelingslanden neemt een grote vlucht sinds de grote food-bedrijven in het verbeteren van de bedrijfsvoering van die boeren kansen zien om blijvende toevoer van grondstoffen zeker te stellen. Niet gek dus dat de Nederlandse overheid nu onderzoekt hoe ze verduurzaaming, ontwikkelingshulp en de belangen van Nederlandse bedrijven meer in één beleid kan samenbrengen.

Gisteren was ik bij een workshopdag georganiseerd door Economische Zaken en Buitenlandse Zaken. Zij zochten voor hun nieuwe beleid op ‘duurzame handel’ input en inspiratie van verschillende zogeheten stakeholdergroepen.

De uitdaging die aan de deelnemers werd gegeven was om vanuit het perspectief van arme boeren in ontwikkelingslanden nieuwe processen te ontwerpen die hun (en dus ook ons) helpen duurzame handelsketens voor landbouwproducten (zoals koffie en cacao) te realiseren. Met veel energie en enthousiasme werd in drie groepen gewerkt aan vernieuwende oplossingen.

Tegen het einde van de dag besefte ik me dat wat er die dag met ons gebeurden, exemplarisch was voor hoe de hele hulpindustrie in elkaar zit. Met de grootste gretigheid en de beste bedoelingen bedenken we top-down voor de mensen daar Westerse oplossingen die zij moeten gaan uitvoeren; eigenlijk zonder echte insights over de manier van doen en denken van mensen op het platteland in ontwikkelingslanden landen…

Dat dit zo is, is al te herkennen in het taalgebruik van Westerse Ngo’s. Deze -wat mij betreft tenenkrommende- citaatjes plukte ik zojuist van de websites van twee moderne hulporganisaties: “We developed a long-term integral plan based on the XYZ-Model”…”We believe in order to be successful, an organization must develop integrally”… “We have put together a proven investment package for farmers and their families”… “We provide a complete, functioning market system” … “We take the latest practices from top academic agronomists, and translate that into simple, easy-to-understand lessons.” … We, we, we….

De cultuurverschillen tussen landen in Afrika, Azïe en Zuid-Amerika en ons hier in het Westen zijn enorm. Wij denken bijvoorbeeld in structuren en geformaliseerde managementoplossingen met stappen en regels, terwijl mensen in andere culturen zich vaak juist informeel organiseren en de zaken meer organisch regelen. Maar ook een Vietnamees en een Ghanees lijken me behoorlijk te verschillen. En ook binnen bv Ghana lijken me tussen regionale gebieden de verschillen groot en zelfs de behoeften en situaties van twee boeren die buurman van elkaar zijn kunnen echt anders zijn. Verschillen die allemaal om verschillende oplossingen kunnen vragen.

Ik ben maar een simpele marketeer, maar les 1 in marketing is: begin met de analyse van diepgaande kennis over de wensen en behoeften van je doelgroep(en) en ontwerp aanbod dat daar op aansluit.

Vandaar mijn pleidooi richting overheid: wil je bedrijven en NGO’s helpen met geld geoormerkt voor verduurzaming van handel, begin dan met uitgebreid marktonderzoek onder arme boeren in ontwikkelingslanden te faciliteren. Want wat ik ervan zie is dat er nog veel te veel voor die mensen gedacht wordt.

Wat mij betreft gaat het verder dan ‘maatwerk’ obv gedegen segmentatie-onderzoek (wat ook al heel mooi zou zijn), maar meer om oplossingen die cultureel passen bij de mensen dáár. Iets dat bijna per definitie inhoudt dat wij het niet verzinnen kunnen maar alleen zij zelf.


Ga terug